Informatie over groeibeperking bij ongeboren baby's
voor patiënten, partners en hun familie

Soms lijkt er een groeibeperking bij een ongeboren baby te zijn. Als er een té kleine baby lijkt te zijn voor de zwangerschapsduur noemen we dat ‘foetale groeirestrictie’. Als u dan op zoek gaat naar goede informatie lukt het misschien niet altijd om dat te vinden. Het is ook best wel een moeilijk onderwerp om te begrijpen en omdat er iets met uw kindje is kan onzekerheid veel onrust geven. Met deze website willen we patiënten en hun omgeving zo goed mogelijk informeren.

Wat is normale groei?

De groei van een baby is normaal als de baby zijn of haar ‘eigen’ optimale groei haalt. Hiermee bedoelen we de groei die we op basis van de (genetische) achtergrond van een baby kunnen verwachten. Dit is voor elk kindje anders. Het moeilijke is dat we niet precies weten wat voor elk individueel kind de optimale groei is. Wel weten we dat als een kindje ‘op de eigen lijn’ groeit dat dat meestal goed is. Dus als een kindje vanaf het begin van de zwangerschap klein is en naar verhouding zo klein blijft is dat in het algemeen goed.

Voor uitgebreide uitleg klik hieronder op LEES MEER

LEES MEER

De groei van een baby is in het begin van de zwangerschap exponentieel. Rond 20 weken zijn kinderen ongeveer 300 gram, bij 28 weken 1200 gram en bij 32 weken 1900 gram. In die 4 weken groeien kinderen dus gemiddeld bijna 60%! Na 32 weken vlakt de groei van de baby langzamerhand af en algemeen wordt gedacht dat dat komt omdat de placenta-functie langzamerhand iets beperkt wordt.

Een maat voor hoe groot een baby is is de hoogte van de baarmoeder. Als dat niet optimaal lijkt of niet goed te voelen is bijvoorbeeld door overgewicht van moeder of er sowieso verhoogd risico is op groeirestrictie, wordt meestal besloten een groei echo te maken om de grootte te meten. Bij die echo worden diverse maten van hoofd, buik en been gemeten en gecombineerd tot een geschat gewicht. Belangrijk is je te realiseren dat de meting niet heel precies is en het gewicht is dus een schatting. Pas bij opeenvolgende metingen kun je iets over groei zeggen (één meting is de grootte op dat moment).

Niet elke baby groeit hetzelfde. 

Er bestaat behoorlijke variatie tussen volwassen mensen in hun lengtegroei, en datzelfde geldt ook voor ongeboren kinderen. Daarom vergelijken we kinderen meestal met normaalwaarden. Dat gebeurt door de grootte van de baby uit te zetten in referentiecurves waar we de metingen van een kind kunnen vergelijken met een grote groep eerder gemeten kindjes met een gelijke zwangerschapsduur. We geven dat weer in de vorm van percentielen. Een kind op de 40e percentiel (de p40) betekent dat ongeveer 40% van de kinderen van die zwangerschapsduur lichter en 60% zwaarder zijn.

Wat de juiste referentiecurve is om te gebruiken heeft altijd veel discussie opgeleverd. Van oudsher was de curve van Kloosterman wereldwijd het meest gebruikt. De gegevens voor deze curve werden gemaakt in twee Amsterdamse binnenstads-klinieken in de periode 1931-1967. Vanaf 2008 werd in Nederland een nieuwe curve gebruikt op basis van recentere getallen uit de Nederlandse registratie. Beide curves hadden het nadeel dat gebruik werd gemaakt van de geobserveerde geboortegewichten, dus ook de kinderen die een groeiprobleem hadden.

Aan die bezwaren werd tegemoetgekomen door de Intergrowth curves. In dit project werden bij alleen maar gezonde zwangere vrouwen (dus alleen vrouwen met een gezond gewicht zonder bijkomende problemen zoals hoge bloeddruk en suikerziekte) op 8 verschillende plekken op de wereld een grote groep zwangere vrouwen gevolgd. Zo konden echoscopische groeicurves gemaakt worden die vertellen hoe gezonde kinderen horen te groeien. De meest gebruikte echocurve in Nederland, die van Verburg, komt overeen met de Intergrowth. Hetzelfde geldt voor de meest recente Nederlandse geboortegewicht curve, de Hoftiezer curve, die ook alleen maar geboortegewichten van gezonde zwangerschappen gebruikte. Daarom gebruiken we in de praktijk de Verburg en Hoftiezer curve in Nederland.

Een strategie die een tijdje veel gebruikt is is ‘customisation’ volgens de GROW-methode van Gardosi. Bij deze methode wordt het individuele verwachte geboortegewicht berekend door het gemiddelde verwachte gewicht aan te passen aan de hand van diverse factoren die invloed hebben op de foetale groei: Lengte moeder, BMI moeder, etniciteit, hoe vaak een moeder al is bevallen en foetaal geslacht. Het probleem met het aanpassen van het verwachtte geboortegewicht van de baby aan deze factoren is dat veel van deze factoren de variatie in foetale groei wel helpen verklaren, maar dat het daarmee nog niet normaal is. Dus bijvoorbeeld als een kind van een moeder met zelf een heel laag gewicht klein is, betekent dat niet dat dat zonder risico is. We kijken immers vooral naar foetale grootte om afwijkende groei op te sporen, zodat we mogelijke complicaties kunnen proberen te voorkomen. Je moet dus eigenlijk niet corrigeren voor een factor als je daarmee het risico op een slechte uitkomst versluiert.

Het belangrijkste gegeven dat misschien wel een normale verklaring zou kunnen zijn bij een klein kind is maternale lengte (en foetaal geslacht), maar zelfs die hebben ook verschillen in slechte foetale uitkomsten. We zijn dus van het corrigeren afgestapt.

Wanneer noemen we de foetale groei afwijkend?

Van oudsher noemen we de groei van een ongeboren baby afwijkend als de maten of de gewichtsschatting onder de 10percentiel (de zogenaamde p10) ligt. In dat geval hoort een baby dus bij de 10% kleinste kinderen voor die zwangerschapsduur.

Het kind is klein maar het is niet duidelijk of dat ‘te’ klein is of gewoon gezond en klein in aanleg. Het kan echter ook zijn dat de moederkoek (placenta) niet goed werkt (insufficiëntie) of dat er een syndroom-afwijking of virale ziekte is. De laatste 2 zijn relatief zeldzaam. De verminderde moederkoek functie komt vaker voor en omdat deze bedreigend voor de baby kan zijn is het van belang om uit te zoeken of het kindje klein en gezond is of dat het kindje klein is door een te kort aan voedingsstoffen door de moederkoek.

We kunnen met de echo kijken naar de verhoudingen van de diverse metingen van grootte en de metingen in de loop van tijd (afbuigende groei? groei eigen lijn?). Of bijvoorbeeld met metingen van weerstand in de bloeddoorstroming in de bloedvaten van de baby met behulp van een Doppler-meting.

Over het algemeen geldt: hoe verder afwijkend de (kleine) groei is, hoe groter de kans dat het kind te klein is door een verminderde moederkoek functie. Dit geldt ook voor de andere metingen die we doen. Soms kan het een hele puzzel zijn voordat we besluiten of een kleine baby normaal klein is of afwijkend klein. En soms blijft dat altijd een beetje onzeker omdat het een ‘grijs’ gebied is en de diagnose ingewikkeld kan zijn. Voor elke individuele situatie wordt een passend plan gemaakt.

Meer informatie ook via ‘de gynaecoloog

Podcast over foetale groeirestrictie 

We hebben een podcast opgenomen om allerlei facetten van foetale groeirestrictie te bespreken om zo goed mogelijk inzicht te geven in het onderwerp. Hopelijk draagt dit bij!

We mochten hiervoor aanschuiven bij Joyce Schouten, verloskundige in Groningen. Zie ook haar kanaal voor vele andere interessante podcasts.

Joyce Schouten Verloskees
Verloskees podcast

Mijn baby groeit niet goed – hoe noem ik dat?

Bij de gesprekken met uw zorgverlener is het goed om de termen te begrijpen.

LEES MEER

Foetale groeirestrictie

Dit is de medische term die we gebruiken voor de aandoening waarbij de baby door een te beperkte placentafunctie kleiner blijft. Professionals korten dat vaak af tot FGR. Foetale verwijst dan naar dat het om een foetus (=ongeboren baby) gaat; en groeirestrictie dat het om een beperking van de groei gaat. De Engelse variant erop is Fetal Growth Restriction. Soms wordt ook de term intra-uteriene groeivertraging gebruikt. Internationaal hebben we afgesproken dit niet meer te doen. Intra-uterien (‘in de baarmoeder’) is als term verlaten omdat het niet om de plaats gaat die het probleem heeft, maar de persoon, de foetus dus. Ook groeivertraging (engels: retardation) is verlaten. Het is niet zoals de trein die een achterstand heeft en dat weer kan inhalen door harder te rijden.

‘Placenta-insufficientie’

Deze term betekent letterlijk dat de functie van de placenta (voeding en ademhaling) niet voldoende is. In dit deel van de website spreken we dan ook over verminderde moederkoek functie.

‘Small for gestational age’

Dit is een andere term die vaak wordt gebruikt. Professionals korten dat vaak af tot SGA. De term betekent niets anders dan ‘klein voor de zwangerschapsduur’. Meestal betekent dit dat de baby tot de 10% kleinste kinderen voor die zwangerschapsduur hoort. Zoals u in de voorgaande teksten kunt lezen is dit niet noodzakelijk een probleem. Dit kan voor deze baby immers normaal zijn. In tegenstelling tot een kind dat te klein is zoals bij FGR, betekent SGA alleen maar dat een kind klein is. Maar als een kind relatief klein is, is het wel goed om hier goed onderzoek naar te doen om te proberen het bij deze baby te snappen: Is deze baby gewoon klein, of te klein?

Mijn baby groeit niet goed – wat kan ik doen?

Als uw baby niet goed groeit wilt u natuurlijk weten wat u daaraan kunt doen.

LEES MEER

Rust houden?

Dit is een van de makkelijkst gegeven adviezen, echter het is maar de vraag wat dit uithaalt. Neem het uzelf vooral niet kwalijk als u veel heeft gedaan, wat veel ook mag betekenen. Het is waarschijnlijk wel van belang geen extreme fysieke inspanningen meer te doen of intensieve sport te oefenen, of een extreem stressvolle baan te hebben. Een baan waar iemand plezier aan beleeft en die lichamelijk niet superzwaar is heeft geen negatieve invloed! Het is wel belangrijk goed voor uzelf te zorgen, maar in beweging blijven is daar juist belangrijk voor! Wandelen, zwemmen, fietsen, een beetje kuieren in en rond het huis zijn ook van belang voor de eigen conditie en hebben geen nadelig effect op de groei van de baby.

Stoppen met roken!

Dit is wel heel belangrijk. Roken maakt de moederkoek functie slechter. Hier is echter schuldgevoel niet een goede raadgever. Het is belangrijker vooruit te kijken dan achteruit. Stoppen met roken heeft op elk moment zin! Het is alleen niet altijd makkelijk, anders was u er allang mee gestopt.  Laat u dus helpen! Door de omgeving, maar vooral ook door de verloskundige, gynaecoloog, huisarts of via hen door een stoppen-met-roken coach!

Medicatie?

Helaas is er geen medicatie die we kunnen voorschrijven die bewezen helpt als we eenmaal een groeiprobleem hebben vastgesteld. Een belangrijke kandidaat (sildenafil) hebben we getest, maar die gaf niet het gewenste resultaat. U kunt in het algemeen wel multivitaminen nemen die voor de zwangerschap geschikt zijn.

24/7 klachten melden!

Behalve ‘goed voor jezelf zorgen’ is het vooral belangrijk dat u goed let op symptomen dat u zelf ziek wordt of dat de baby minder beweegt. Meldt u dus 24/7 bij de eigen verloskundige of gynaecoloog als de baby minder lijkt te bewegen of als u flinke hoofdpijn of buikpijn heeft of zich ziek voelt.

Hoe verloopt een bevalling?

We leggen uit wanneer en hoe een bevalling gewoon vaginaal kan verlopen.

LEES MEER

Tijdens de bevalling is een baby die last heeft van de verminderde moederkoek functie extra kwetsbaar. Tijdens de baarmoedercontracties is de bloeduitwisseling met moeder telkens even beperkt. Als de moederkoek dus maar net voldoende functioneert zonder contracties, zijn weeën een extra kwetsbaar moment. Het probleem dat dan ontstaat is een probleem van de zuurstofuitwisseling via de placenta, er kan dan dus zuurstofgebrek ontstaan.

Als voor de bevalling bekend is dat er (mogelijk) een verminderde moederkoek functie bestaat is het meestal wel mogelijk om een vaginale bevalling te proberen. Soms wordt de bevalling ook eerder ingeleid. Het betekent wel dat de conditie van het kindje steeds in de gaten wordt gehouden met het CTG en dat er alsnog kan worden besloten om de bevalling vervroegd met meer of minder spoed te beëindigen met een kunstverlossing (vacuüm) of keizersnede als de conditie van de baby achteruit lijkt te gaan. Ook kan het bij een inleiding belangrijk zijn met de weeën medicatie (oxytocine) heel voorzichtig te zijn om niet te veel weeën te maken. De inschatting vooraf of dit lukt is natuurlijk afhankelijk van de ernst van de situatie en de zwangerschapsduur. Als de inschatting is dat dit sowieso niet veilig kan, zal er dus een keizersnede worden gepland.

Als het voor de bevalling nog niet bekend is dat er een verminderde moederkoek functie is kan het dus ingewikkeld zijn om problemen tijdens de bevalling op te sporen. De verloskundige of gynaecoloog luistert dan natuurlijk wel naar de harttonen van de baby. En soms is dat dan dus het moment dat voor het eerst aan placenta problemen wordt gedacht.

Moet de bevalling eerder ingeleid worden?

We leggen uit waarom een bevalling soms eerder ingeleid wordt.

LEES MEER

Op dit moment weten we niet altijd even goed wat we moeten doen als we denken dat een kind groeirestrictie heeft (heel klein, of klein met Doppler afwijkingen). We weten dat in grote groepen deze kindjes wat ontwikkelingsachterstand kunnen hebben, wat ongunstiger profiel in het latere leven voor hart- en vaatziekten en (opstart) problemen rondom de geboorte. Wat we niet goed weten is of eerder bevallen deze effecten gunstig beïnvloedt, wellicht is ‘het kwaad al geschied’ en komt er met eerder inleiden een ongunstige factor van milde onrijpheid bij. Het lastige is dat we soms het gevoel hebben dat we moeten inleiden omdat de kans op het in de baarmoeder overlijden van een kind dan niet meer kan gebeuren, terwijl de kans daarop heel laag is en de kans op opstartproblemen bij onrijpheid hoog is. Dus de keuze is een kleine kans op iets heel ernstigs versus een grote kans op iets minder ergs. Deze keuzes zijn meestal niet makkelijk. We hebben hier dan ook een landelijke studie voor opgezet om deze afwegingen beter te begrijpen. Deze studie heet de DRIGITAT.

Hoe gaat het direct en in de eerste dagen na de geboorte?

We leggen uit waar op gelet wordt in de eerste periode na de geboorte

LEES MEER

Als de baby ver is in de zwangerschap en boven een bepaald geboortegewicht, lukt het meestal om na de geboorte bij moeder (en andere ouder) te blijven. Als de baby extreem klein of nog heel jong is, of niet in goede conditie kan het nodig zijn om in de couveuse te worden verzorgd door gespecialiseerde verpleegkundigen en kinderartsen of zelfs dat de baby naar de intensive care voor baby’s gaat. Als het even kan komt de baby na de eerste start nog wel even bij moeder voor van de verloskamers naar de couveuseafdeling te gaan. Als we voor de bevalling verwachten dat extra zorg nodig zal zijn proberen we tevoren al een gesprek met de kinderarts te hebben zodat u weet wat u kunt verwachten.

De artsen en verloskundigen letten bij baby’s na de geboorte op de problemen die baby’s kunnen hebben als ze groeiproblemen hebben gehad voor de geboorte. Deze kindjes hebben vaker moeite om hun temperatuur zelf goed te houden, hebben vaker last van lage bloedsuikers, van hun ademhaling, hebben voedingsproblemen en vaker last van geelzucht. Het is belangrijk om hier alert op te zijn om er de nadelige gevolgen van te voorkomen.

Het is belangrijk om aandacht te hebben voor de hechting tussen ouder/kind. Als uw kindje niet bij u op de kamer is, maar op de couveuse-afdeling is dit een extra uitdaging. Ook daar is buidelen hoe klein ze ook zijn vaak mogelijk (als de toestand van je kind het toelaat). Zodra het kan mag u ook helpen met de verzorging van uw kindje.

In de loop van de tijd, ook als kinderen eenmaal naar huis kunnen, vindt er vaak langzaam zogeheten inhaalgroei plaats. Meestal is het beter de baby niet geforceerd te laten groeien door extra veel te eten te geven, maar normale hoeveelheid voeding te geven en dan te zien wat de baby aan groei vertoont. Laat je hierover goed voorlichten door de kinderarts en het consultatiebureau.

Hoe gaat het in een volgende zwangerschap?

Wat zijn de risico’s in een nieuwe zwangerschap en wat kunt u daaraan doen?

LEES MEER

Net als voor zwangerschapsvergiftiging geldt ook voor foetale groeirestrictie dat er een herhalingskans is. Waarschijnlijk is deze gemiddeld ongeveer 30%, waarbij individuele factoren meespelen. De kans wordt bijvoorbeeld een beetje hoger als er overgewicht is of een hoge bloeddruk, of als de foetale groeirestrictie in de eerste zwangerschap al heel vroeg problemen gaf of tot ernstige uitkomsten leidde. En een beetje lager als u zelf helemaal gezond bent en de eerdere groei restrictie laat in de zwangerschap optrad met goede uitkomst van het kind.

Leefregels

Wat u er zelf aan kunt doen is gezond leven. Dus zorgen voor een gezonde voeding, een normaal gewicht en gezond bewegen. NIET ROKEN!! Als je nog rookt: laat je vooral helpen door huisarts of gespecialiseerde stichtingen om te stoppen met roken!

Aspirine en calcium

In de begeleiding van een zwangerschap kun je samen met je verloskundig zorgverlener en afhankelijk van de voorgeschiedenis en bijkomende factoren overwegen aspirine (Ascal) in lage dosering te gebruiken. Verder zal de foetale groei natuurlijk goed opgevolgd worden.

Echo onderzoek

Het is goed om een op maat gemaakt plan te hebben voor de zwangerschap met daarin het schema van echo’s om een groeicurve te maken. Die zal meestal starten vanaf de 20-weken echo en dan meer of meer intensief vervolgd worden, met de focus op vroeg of juist laat wat intensiever meten.

Einddatum

Soms, maar lang niet altijd, zal ook een einddatum gedefinieerd worden, waarop de gynaecoloog de bevalling zal inleiden als je nog niet spontaan bevallen bent. Dit is omdat je afhankelijk van de voorgeschiedenis eerder ‘over tijd’ bent. Dit ligt bij gezonde groei niet voor 39 weken.

Hoe gaat het op de lange termijn?

Foetale groeirestrictie heeft ook effecten op de lange termijn. Soms heel duidelijk, soms meer subtiel.

LEES MEER

Als de zwangerschap en bevalling goed afgelopen zijn en de baby gezond mee naar huis zijn gegaan, is het in principe ‘eind goed, al goed’. Wel zijn er toenemende aanwijzingen dat de groeiproblematiek voor de geboorte wel zijn weerslag heeft op sommige lichamelijke processen en op de ontwikkeling van een baby.

Foetale programmering

Een van de verbanden die we tegenwoordig herkennen is dat baby’s die voor de geboorte groeiproblemen hadden na de geboorte ‘geprogrammeerd’ zijn om zuinig om te springen met de calorieën. Dit fenomeen kenden we het eerst uit het Hongerwinteronderzoek. Het gevolg van het signaal voor de geboorte dat er te weinig voedsel is, is dat kinderen na de geboorte overmatige inhaalgroei vertonen en als volwassene een hogere kans op overgewicht, hart- en vaatziekten en suikerziekte. Het is goed om dit te weten zodat het gecontroleerd kan worden en de schade dan beperkt is. De genoemde aandoeningen verlopen namelijk langdurig zonder klachten. Ook is het zo dat een gezonde leefstijl wel degelijk de kans op deze aandoeningen weer kan verkleinen.

Neurologische ontwikkeling

Er is een relatie met verminderde neurologische ontwikkeling, waarbij geldt hoe vroeger en hoe ernstiger de foetale groeirestrictie hoe meer effect. Ook hier geldt dat het niet zeker een slechtere uitkomst geeft maar in de grote groepen die onderzocht zijn zien we vaker verminderde of achtergebleven neurologische ontwikkeling of subtiel mindere schoolprestaties.

Kleine individuele effecten

Voor alle benoemde effecten geldt dat het subtiele processen zijn, die alleen duidelijk zichtbaar zijn als je grote groepen onderzoekt. Het individu merkt hier meestal niet zoveel van. Bijvoorbeeld: het individu merkt het niet als de groep gemiddeld een paar punten lager scoort op de CITO-test. Het kind wordt daar tenslotte niet minder gelukkig van. Dus ouders hoeven zich niet heel erg druk over te maken, behalve dat het voor iedereen, en nu des te meer, van belang is om een gezond leefpatroon te hebben.

Hoe kan ik het beste omgaan met deze spannende tijd?

Jet van der Hulst, maatschappelijk werker in het UMCG, deelt haar inzichten en geeft tips.

LEES MEER

Logischerwijs zitten er naast alle medische kanten ook een hoop psychosociale aspecten aan zwanger zijn van een (te) kleine baby. Allereerst wordt je zwangerschap ineens ‘medisch’ als je bij de verloskundige onder controle was, en blijf je onder behandeling van een gynaecoloog in het ziekenhuis. Vrouwen met een tot dan toe normale zwangerschap ervaren vrij direct een verlies van zorgeloosheid. De onzekerheid over de toekomst en spanning ten aanzien van de groei van de baby leiden vaak tot emotionele problemen. Sommige vrouwen en hun partners ervaren een gevoel van machteloosheid over het beloop en gebrek aan regie over de zwangerschap en de bevalling. Thuisbevallen is bijvoorbeeld vanwege de medische indicatie niet mogelijk.

Lange periodes van onzekerheid en machteloosheid kunnen een (forse) aanslag plegen op je mentale en lichamelijke energieniveau en zelfs tot burn-out achtige klachten leiden. Vrouwen en hun partners ervaren spanningsklachten zoals hoofdpijnen en hartkloppingen, emotionele reacties (plotse huilbuien, oncontroleerbare boosheid) ten gevolge van machteloosheid en problemen om het dagelijks leven (werk, huishouden, sociale contacten) vorm te geven en te onderhouden. De spanning en zorgen zijn energievreters die de dagelijkse balans fors kunnen verstoren maar waar we niet omheen kunnen. Hiervoor geldt veelal dat hoe erger de groeiproblemen van het kind hoe groter het effect op de ouders

Om de vaak langdurige periode van onzekerheid het hoofd te bieden is het advies de activiteiten van het dagelijks leven aan te passen aan het energieniveau dat je hebt en indien je dat prettig vindt om steun en mentale hulp te zoeken, zowel bij familie en vrienden als bij professionals. De meeste ziekenhuizen en zeker de universitaire centra hebben medisch maatschappelijk werkers in dienst. Naast een specialistisch luisterend oor is er de mogelijkheid samen met hen te onderzoeken welke veranderingen kunnen bijdragen aan het volhouden van deze spannende en onzekere periode. Via de huisarts is vaak laagdrempelig in contact te komen met de POH-GGZ, mocht begeleiding vanuit het ziekenhuis geen mogelijkheid zijn.

Als je baby na een spannende en onzekere zwangerschap eindelijk geboren is kan het zijn dat de ervaren spanningen ervoor zorgen dat genieten van je baby en de kraamtijd niet vanzelfsprekend is, ook niet als het best goed gaat met de baby. Vertrouwen op het lichaam van je baby en wellicht ook je eigen mogelijkheden eventuele problemen te signaleren kan een flinke deuk opgelopen hebben. Aandacht en erkenning hiervoor met ruimte voor verwerking van het gebeuren is vaak nodig alvorens volledig verder te kunnen.  In overleg met de medisch maatschappelijk werker maar ook de huisarts is waar nodig specialistische ondersteuning te verkrijgen.

Als het niet goed gaat met de baby

Soms wordt een baby erg ziek of komt een baby zelfs voor of na de geboorte te overlijden aan de problemen met de moederkoek. In dat geval is er ook specialistische begeleiding beschikbaar om het grote verdriet dat hierbij komt te verwerken. Er zijn ook specialistische patiëntenverenigingen en steungroepen met lotgenoten contacten beschikbaar. Wij doen als groep onderzoek naar de behoeften aan steun op de lange termijn voor zowel moeder als vader bij het verlies van je kind.

Jet van der Hulst – Medisch maatschappelijk werker UMC Groningen

Hieronder een aantal video’s waarin Dr. Wessel Ganzevoort uitleg geeft. Hopelijk heeft u er wat aan.

In dit filmpje wordt uitgelegd hoe het kan komen dat een baby te klein lijkt. Dat hoeft niet te betekenen dat er een probleem is, maar met echo-onderzoek en bloed-onderzoek kan dat duidelijker maken.

De placenta (‘moederkoek’) is het orgaan waardoor een baby gevoed wordt en waardoor de baby ademt. In dit filmpje wordt uitgelegd hoe een baby zich hierin kan aanpassen en hoe we dat kunnen beoordelen.

In dit filmpje wordt uitgelegd welke dingen allemaal gemeten worden als de placenta minder goed lijkt te werken. Dit doen we om de ernst van de situatie en het beloop in te schatten.

Als de functie van de placenta kritiek slecht wordt kan er ook een probleem ontstaan met de ademhaling van de baby via de placenta en ontstaat er zuurstoftekort. In dit filmpje wordt uitgelegd wat we kunnen zien op het CTG (‘hartfilmpje’) om dat op te sporen.

In situaties waarin de moederkoek niet goed functioneert kan soms besloten worden om de bevalling eerder te laten gebeuren door middel van een inleiding of een (spoed)keizersnede. In dit filmpje wordt uitgelegd hoe dat zit.

Heeft u een vraag die er niet bij staat? Laat het ons weten, dan kunnen we onze website verbeteren!

We hebben een paar animatiefilms verzameld met adviezen en goede informatie.

Er zijn belangrijke klachten waar u als vrouw zelf op kunt letten. Bijvoorbeeld als u de baby minder goed voelt bewegen en u maakt uw daar ongerust over: aarzel niet om de verloskundige zorgverlener te bellen! Dag of nacht! 24/7!

Dezelfde film in het Engels: If you feel the baby has reduced movements and you are anxious about it: do not hesitate to contact your obstetric care provider! We are available and welcome your call! Day & night! 24/7!

Misschien heeft u ook al eens het advies gehoord om aan het eind van de zwangerschap op uw zij in slaap te vallen. Dit is nog niet zo bewezen, maar ook geen gek advies. Maar neem uw zelf vooral niks kwalijk als u dat niet hebt gedaan of als u op uw rug wakker wordt.

Soms gebeurt het allerergste. Als een baby voor de geboorte doodgaat is dat verschrikkelijk. In korte tijd moet je heel veel informatie tot je nemen en beslissingen nemen. Via deze pagina vind je goede informatie hierover en links om je verder te informeren.

Steunpunt NOVAMake a Memory

Heeft u een specifieke vraag over uw eigen situatie?

  • U kunt helaas niet een second opinion bij ons aanvragen. U kunt wel uw vraag via het contactformulier aan ons stellen. Wij zullen natuurlijk vertrouwelijk omgaan met wat u ons vertelt. We vragen u wel om na te denken welke privacy-gevoelige informatie u aan ons geeft via de email. De kans op een datalek is door hoe we de site hebben ingericht heel klein, maar we kunnen daar geen verantwoordelijkheid voor nemen.
  • Met uw vraag of opmerking kunnen we in ieder geval de informatie op de website uitbreiden en/of verbeteren.
  • Als het even kan zullen we u ook persoonlijk antwoorden. Zo goed als binnen onze tijd en kennis van uw situatie kan. Wij zullen dan zeker niet op de stoel van uw behandelaar gaan zitten, maar kunnen u wellicht wel verder helpen in uw begripsproces. Wij doen dit graag en vragen daar niets voor.
  • We zouden het sowieso natuurlijk waarderen als u ons onderzoek wilt steunen met een bedrag (naar draagkracht) dat de website voor u waard was. Met uw ondersteuning van ons onderzoek kunnen wij de zorg voor zwangere vrouwen met dit probleem dan weer verbeteren!

Wilt u deelnemen aan een webinar over foetale groeirestrictie?

Wij bieden geregeld een webinar aan voor patiënten en geïnteresseerden zoals familieleden. In de webinar komen de volgende onderwerpen aan bod:

  1. Algemene informatie, wat is foetale groei restrictie?
  2. Wat zijn de risico factoren? Wat kan ik er zelf aan doen?
  3. Hoe wordt foetale groei restrictie opgespoord?
  4. Hoe wordt foetale groei restrictie behandeld?
  5. Waarom kan het lastig zijn foetale groei restrictie op te sporen en te behandelen?
  6. Wat kunnen de gevolgen voor het kindje zijn?
  7. Vragen vanuit de deelnemers  kunnen vooraf ingediend en ter plekke gesteld worden

Wij organiseren de webinar via Microsoft Teams. De webinar duurt ongeveer 2 uur en bieden wij u kosteloos aan. Wij zijn natuurlijk wel erg blij met uw donatie naar draagkracht via de website, de opbrengst hiervan komt 1:1 ten goede aan ons onderzoek.

U kunt via het contactformulier uw interessen voor het deelnemen aan een webinar kenbaar maken. Zodra er voldoende deelnemers zijn zullen wij iedereen die zich hiervoor geïnteresseerd heeft getoond benaderen met datum en tijd.

We hopen van u te horen!

HOE KUNT U ONS STEUNEN?

Hoe kunt U helpen?

Wij hebben vaak ook behoefte om van onze patiënten te leren! Wat heeft u ervaren? Wat maakte u mee? Wat ging goed? Wat kon beter? Welke aanpak van uw dokter werkte goed en wat kon beter? Hoe kunnen we ons toekomstige onderzoek zo relevant mogelijk maken?

Misschien wilt u zitting nemen in onze focusgroep voor een periode? Of heeft u een specifieke suggestie? Mogen we u benaderen voor uw blik op nieuw onderzoek? Vult u dan hier ons antwoordformulier in.